Zestien was Jutta’s opa toen hij in 1915 melk ging ophalen bij boeren in de buurt. Tegen de tijd dat Jutta werd geboren reed hij in een Mercedes en rookte hij dikke sigaren. Dit bijna Amerikaanse familieverhaal van armoe naar rijkdom speelt zich af tegen de wonderbaarlijke geschiedenis van de melkproductie in Nederland. Grootvader Leen Menken bracht met ‘Melk is goed voor elk’ de zuiveldrank aan de man en was de laatste particuliere melkproducent in Nederland.
Door gesprekken met haar ooms en tantes, herinneringen van opa Leen en archiefonderzoek reconstrueert Chorus de opkomst en de nadagen van het familiebedrijf.