Jules Schelvis (1921-2016), een Joodse typograaf uit Amsterdam, was een van de achttien Nederlandse Joden die het vernietigingskamp Sobibor overleefden. In dat kamp, in Oost-Polen, werden meer dan 170.000 Joden vergast, onder wie zo’n 33.000 Nederlanders. Na Auschwitz is Sobibor het grootste Nederlandse massagraf.
Schelvis zweeg vijfentwintig jaar over zijn kampervaringen. Dat veranderde na een interview met hem in Het Vrije Volk in 1970. Vanaf dat moment ging hij op zoek naar de feiten over het kamp en schreef hij het boek Vernietigingskamp Sobibor. Dat werd het standaardwerk over dit kamp. De kennis die hij had opgedaan, gebruikte hij later als mede-aanklager in de processen in Duitsland tegen de nazi-beulen.
Wie was die man die zo lang had gezwegen en daarna de chroniqueur werd van Sobibor? Hoe doorstond hij de hel en hoe wist hij zijn vertrouwen in de mensheid te behouden? Schelvis zag zichzelf als getuige, niet als slachtoffer. Zijn overtuiging was: mensen kunnen niet in vrede leven zonder de verhalen te kennen over oorlog. Jules Schelvis bracht die overtuiging in de praktijk, tot aan zijn dood.
Cees Banning (1959) studeerde economie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is docent economie en freelance journalist. Hij werkte ruim 25 jaar bij NRC Handelsblad en publiceerde De onzichtbare hand van de politiek – Over paarse mores en heimelijke steun aan Philips (met Tom-Jan Meeus) en Balkan aan de Noordzee – Over het Joegoslavië-tribunaal, over recht en onrecht (met Petra de Koning). In 2018 schreef hij de biografie Cornelis Lely – Ingenieur van het nieuwe Nederland.