De meeste mensen kennen de Dominicaanse Republiek vooral als zonnige vakantiebestemming. Dat het land een rijke en roerige geschiedenis kent is bij de meesten onbekend. Die turbulente periode begon al vlak na de aankomst van Columbus in 1492.
Anacaona was toen één van de leiders van de vreedzame inheemse bevolking (Taínos). Zij stond bekend om haar schoonheid en was zeer ontwikkeld. Tijdens de eerste jaren van de Spaanse overheersing groeide zij uit tot de meest invloedrijke leider van de inheemse bevolking op het eiland. Een status die zij met een gewelddadige dood moest bekopen.
De Spanjaarden waren uitsluitend geïnteresseerd in de rijkdommen, die op het eiland te vinden waren. Als gevolg van hun slechte behandeling waren de Taínos binnen 60 jaar zo goed als uitgestorven. De erfenis die zij nalieten werd 500 jaar lang een aaneenschakeling van dictaturen, oorlogen, invasies en staatsgrepen, terwijl de bevolking leed onder een schrijnende armoede.
Een andere zwarte bladzijde in de geschiedenis van de Dominicaanse Republiek was het schrikbewind van Trujillo. In de vorige eeuw was hij 30 jaar aan de macht en nam zijn opgelegde persoonsverheerlijking absurde vormen aan.