Niet beschikbaar
Nederland werd door de Duitse inval op 10 mei 1940 na ruim één eeuw weer betrokken bij een Europese oorlog. Als gevolg van de Duitse doorbraak van de Vesting Holland over de Moerdijkbruggen en het vernietigende bombardement op Rotterdam capituleerde de Nederlandse opperbevelhebber generaal Henri Winkelman al na vijf dagen. Veel minder bekend is dat de strijd op Nederlands grondgebied echter nog twee weken voortduurde. Zeeland had zich namelijk nog niet overgegeven.
In deze provincie was immers een grote Franse strijdmacht gelegerd. Direct na de Duitse aanval op West-Europa was het 7e Franse Leger naar Nederland opgemarcheerd. Zijn gemotoriseerde eenheden rukten Noord-Brabant binnen, terwijl de achterhoede, bestaande uit reservedivisies, naar Zeeland werd gestuurd. Na hun opmars door Noord-Brabant en de capitulatie door Winkelman was de Duitsers er alles aan gelegen om zo snel mogelijk het laatste stukje vrij Nederland te bezetten. De strijd om Noord-Brabant en Zeeland werd met name gevoerd door de Franse en Duitse strijdkrachten, waarbij de Nederlandse troepen slechts een marginale rol vervulden. Het SS-regiment Deutschland vocht zich door Zuid-Beveland een weg naar Walcheren. Op 17 mei leverden de Duitsers en Fransen een zware strijd om de Sloedam, waarbij de binnenstad van Middelburg werd verwoest. De noordoever van de Westerschelde viel die dag in Duitse handen.
Na de val van Antwerpen op 18 mei stootten de Duitsers verder door naar Belgisch- en Zeeuws-Vlaanderen. De Fransen hadden inmiddels de verdediging aldaar overgelaten aan de Belgen. Deze laatsten maakten zich op grote schaal schuldig aan plunderingen van Nederlandse woningen. Kort na de Belgische capitulatie op 28 mei namen Duitse troepen Oost-Zeeuws-Vlaanderen in. Ook hier begon toen de bezettingstijd.
De Slag om de Schelde in 1940 betekende dat opnieuw, zoals vaker was gebeurd in de geschiedenis, de burgers het slachtoffer werden van het feit dat hun leefomgeving het toneel werd van de strijd tussen de Europese grootmachten. Een militaire campagne die tot de dag van vandaag – denk slechts aan de bunkerlinie bij Mill, de binnenstad van Middelburg of de Franse begraafplaats in Kapelle – diepe sporen heeft achtergelaten.