Al aan het begin van de twintigste eeuw waren progressieve ingenieurs van de Delftse Technische Hogeschool geobsedeerd door hogere maatschappelijke efficiëntie. Ze omarmden de idealen van het wetenschappelijk bedrijfsbeheer en streefden naar een betere samenleving door vermindering van verspilling en sociale hervorming. Met analytische hulpmiddelen wisten ze fabrieken, bedrijven, kantoren en overheidsinstellingen succesvol te ‘rationaliseren’. Vervolgens pasten ze hun benadering toe op andere terreinen. Ze veranderden sociaaleconomische beleidvorming in een technocratische discipline en stonden aan de basis van de ‘maakbare samenleving’.
Peter Rodenburg vertelt het opmerkelijke verhaal van deze Delftse efficiency-ingenieurs, wier erfenis tot op de dag van vandaag doorwerkt.