De gouden roos begint met een verhaal dat Paustovski in zijn jeugd hoorde, over een vuilnisman in Parijs. Dagelijks veegde hij de werkplaatsen van juweliers aan en zeefde hij uit het stof en vuil het goudslijpsel, totdat hij genoeg had verzameld om er een gouden roos van te laten maken. Het is het beginpunt voor Paustovski’s zoektocht naar het goudstof waaruit hij zijn eigen boeken heeft gesmeed.
Zijn persoonlijke literaire herinneringen en ervaringen heeft hij bijeengebracht in De gouden roos onder de noemer ‘notities over het werk van een schrijver’. Van auteurs als voorbeelden tot zijn vele reizen en van de rijkdom van de Russische taal tot de invloed van de schilderkunst: Paustovski vertelt op een schitterende manier hoe de ingevingen voor zijn verhalen werden geboren. Veelal onderweg – per stoomboot of op een open vrachtwagen – kwam hij in contact met de meest uiteenlopende figuren, die hem tot schrijven inspireerden.
De gouden roos sluit naadloos aan op het grote Verhaal van een leven, het hoogtepunt van Paustovski’s oeuvre, en is even melancholiek en romantisch van toon.