In Bevrijding, het zesde en voorlaatste dagboek, beschrijft J.J. Voskuil zijn laatste jaren op het Meertens-Instituut (1981 tot 1987). Hij herademt langzaam maar zeker, hoewel zijn huwelijk ondertussen het vriespunt bereikt. Voskuil legt de enorme distantie tussen Lousje en hem vast, in hun vervreemdende gesprekken, in het wederzijdse onbegrip, met haar idealisering en verabsolutering van ‘de underdogs’, zoals de homoseksuele achterburen Paul en Evert, die model zouden komen te staan voor de romanpersonages Peer en Petrus in De buurman.