De kampen zijn hét symbool van het naziregime. Ze staan voor de zo kenmerkende moord en terreur. Er zijn vele soorten kampen geweest, waarvan de concentratie- en vernietigingskampen het meest berucht zijn geworden. Onmiddellijk na Hitlers machtsovername in 1933 werden politieke tegenstanders van het nieuwe regime grootschalig gearresteerd. De bestaande gevangenissen en tuchthuizen boden echter onvoldoende ruimte om alle arrestanten op te sluiten. Daarom werd al spoedig een eerste concentratiekamp geopend, Dachau. Vele anderen zouden volgen. Zeker na het uitbreken van de oorlog in september 1939 had het regime behoefte om vanwege uiteenlopende redenen mensen op grote schaal te vermoorden of vast te zetten en werden ook in bezet gebied concentratiekampen ingericht.
Voor het dagelijks werk in die kampen zijn duizenden mensen verantwoordelijk geweest. Ze hebben er gewerkt als bewakers, maar ook in de administratie, de keuken, de garage en het technisch onderhoud. Hoewel het personeel voor het merendeel uit Duitsers bestond, waren er ook buitenlanders. Ook Nederlanders zijn erbij betrokken geweest, niet alleen in Nederland, maar ook daarbuiten.
In Helaas heb ik in Auschwitz pech komen die Nederlanders, mannen en vrouwen, naar voren. Wat waren dat voor mensen? Wat heeft hen ertoe bewogen om dit werk te gaan doen en hoe kijken zij erop terug?
Hans de Vries is oud NIOD-medewerker en is specialist op het gebied van Duitse concentratiekampen en gevangenissen.